B-Reglementen

Deel 1: Algemene regels

Het reglement mag te allen tijde worden aangepast indien nodig. Het reglement is van toepassing op alle behendigheidswedstrijden welke georganiseerd worden onder auspiciën van Dogsports.nl.

Vanwege extreme weersomstandigheden, te weinig deelnemers en/of overmacht kan een wedstrijd worden afgelast of verplaatst.

1.  Behendigheidswedstrijden

Iedereen mag aan deze wedstrijden deelnemen. Deelnemers moeten wel in het bezit zijn van een geldige, discipline gebonden, Dogsports.nl-startlicentie, die aan te vragen is via de site van Dogsports.nl.

Indien er een combinatie start zonder geldige startlicentie (andere handler, of buitenlandse loper) moet dit vooraf gemeld worden aan de hoofdscheidsrechter, deze combinatie mag buiten mededinging (BM) lopen, er worden geen punten voor de competitie verkregen en er wordt niet voor dagprijzen gelopen, er wordt echt buiten mededinging gelopen.

Mocht het BM niet gemeld worden, worden alle resultaten van de handler van die dag ingetrokken, ook de resultaten die met eigen hond gelopen zijn. Verder volgt er een sanctie vanuit het organisatieteam.

1.1. Over behendigheidswedstrijden

Behendigheidswedstrijden bij Dogsports.nl zijn opengesteld voor handlers van alle leeftijden.

1.1.1. Klassen 

De klassen tijdens wedstrijden zijn als volgt:

  • Debutanten
  • A
  • B
  • C
  • Veteranen

1.1.2. Klassehoogtes

De hoogteklassen tijdens wedstrijden zijn als volgt[1]:

KlasseKlassehoogteSchofthoofte
DebutantenDEB 20 (Toy)t/m 30 cm
 DEB 30 (Small)30,01 t/m 40 cm
 DEB 40 (Medium)40,01 t/m 50 cm
 DEB 50 (Large)50,01 cm en hoger
A/B/CA/B/C30 (Toy)t/m 30 cm
A/B/C40 (Small)30,01 t/m 40 cm
A/B/C50 (Medium)40,01 t/m 50 cm
A/B/C60 (Large)50,01 cm en hoger
VeteranenSmallt/m 40 cm
 Large40,01 cm en hoger

1.2. Inschrijven voor een wedstrijd

Om in te schrijven voor een wedstrijd dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan:

  • Een hond is minimaal 18 maanden oud op de dag van de wedstrijd.
  • Er is een actieve Dogsports.nl-licentie voor de betreffende combinatie.
  • Een combinatie mag alleen in de debutantenklasse starten wanneer de handler nog geen wedstrijdervaring heeft opgedaan bij Dogsports.nl, Raad van Beheer of FHN. [2]
  • In 2022 mogen deelnemers, met een licentie bij een andere organisatie, een licentie aanvragen op het hoogst geclassificeerde niveau (indien gewenst). Dus als een hond bij de RvB in bijvoorbeeld de 2e graad loopt, mag er een startlicentie worden aangevraagd voor de A-klasse of de B-klasse, maar niet voor de C-klasse.

A klasse Dogsports.nl = A klasse FHN = 1e graad Raad van Beheer 
B klasse Dogsports.nl = B klasse FHN = 2e graad Raad van Beheer 
C klasse Dogsports.nl = C klasse FHN = 3e graad Raad van beheer

  • Een combinatie mag uitkomen in de veteranenklasse wanneer de hond minimaal zeven jaar oud is.
  • Elke klassenhoogte en klasse heeft zijn eigen competitie en prijzen tenzij anders aangegeven.
  • Indien een kampioenschap of iets vergelijkbaars zal worden georganiseerd zal vooraf de berekening van de score bekend gemaakt worden.
  • De wijze van inschrijving staat per wedstrijd vermeld op de website.
  • De ingeschreven hond heeft de afgelopen twee maanden geen besmettelijke ziekte gehad.
  • Na de sluitingsdatum van de wedstrijd zal er geen restitutie van het inschrijfgeld gedaan worden. Bij het afmelden vóór sluitingsdatum zal het inschrijfgeld minus 1 euro administratiekosten worden geretourneerd.

1.2.1. Maximaal aantal deelnemers wedstrijd

Het maximaal aantal deelnemers voor een wedstrijd is:

  • 2 ringen: maximaal 160 deelnemers
  • 3 ringen: maximaal 240 deelnemers

In bijzondere gevallen kan de organisatie in overleg met Dogsports.nl besluiten van deze aantallen af te wijken.

Wanneer het maximaal aantal deelnemers overschreden is, wordt gekeken naar volgorde van inschrijving. De combinaties die dan buiten de boot vallen, worden op een wachtlijst geplaatst. 

1.3. Tijdens de wedstrijd

  • De deelnemer is aansprakelijk voor schade die door hem/haar en/of de hond wordt aangebracht.
  • De deelnemers dienen zich te houden aan de geldende regels welke bekend zijn gemaakt door de organisatie op het uitnodigingsformulier op de website.
  • Op het wedstrijdterrein zijn enkel leren, stoffen halsbanden en/of tuigen toegestaan. Het gebruik van andere dan hiervoor genoemde leidt tot uitsluiting van de wedstrijd.
  • Een hond mag tijdens een wedstrijd in de ring niets op of om hebben. Een uitzondering is er voor honden met lang haar. Om de ogen vrij te maken mag de hond een clipje of elastiekje in het haar dragen.
  • De handler draagt kleding en schoenen passend bij de sport. Daarbij wordt een startnummer duidelijk zichtbaar aan de kant van de schrijverstafel gedragen.
  • De handler mag tijdens het lopen niets bij zich hebben om de hond te motiveren.
  • In discussie gaan met officials over de gelopen uitslag is niet toegestaan.
  • De keurmeester doet er alles aan om een hond/handler niet te hinderen in het parcours en kiest vooraf zijn keurlijnen om alles zo goed mogelijk te keuren.
  • Een keurmeester keurt de gehele hoogteklasse.
  • Per wedstrijd wordt een hoofdkeurmeester aangewezen. Deze keurmeester is verantwoordelijk voor het naleven van het reglement en tevens aanspreekpunt voor keurmeesters, organisatie en deelnemers.
  • De hoofdkeurmeester voert de metingen van honden uit op de wedstrijddag samen met een andere keurmeester of een Dogsports.nl-official.
  • Indien na een meting blijkt dat een hond in een hogere hoogteklasse moet starten, zal de combinatie meteen gaan starten in de juiste hoogteklasse.
  • Geblesseerde en drachtige honden mogen niet deelnemen aan een wedstrijd. Loopse teven mogen deelnemen en starten als laatste in hun klasse. Dit laatste dient vooraf gemeld te worden bij de ringmeester.
  • Bij twijfel over de gezondheid van een hond mag de keurmeester een combinatie uitsluiten van deelneming. De hond dient gezond te zijn.
  • Een hond mag per wedstrijddag niet meer lopen dan de 3 opgestelde parcoursen in zijn of haar klasse.

1.4. Promotie

Voor ieder foutloos gelopen vast parcours of jumping verdient de combinatie een promotiepunt. Een foutloos parcours betreft een uitgelopen parcours zonder fouten, weigeringen, tijdfouten en/of diskwalificaties (zie paragraaf 6.4. Score op pagina 8 van het reglement).

Er is een minimaal aantal promotiepunten nodig waarmee de combinatie mag promoveren. Bij het bereiken van het minimaal aantal promotiepunten dient de combinatie uiterlijk aan het einde van het competitiejaar verplicht te promoveren. Het volgende overzicht geeft het benodigd aantal promotiepunten weer voor promotie:

PromotieMinimaal benodigd aantal punten
Van debutanten naar A3, waarvan 1 op het vast parcours
Van A naar B4, waarvan 1 op het vast parcours
Van B naar C5, waarvan 2 op het vast parcours
VeteranenHond is minimaal zeven jaar

Degradatie naar een lagere klasse is niet mogelijk. Bij het behalen van het minimale aantal benodigde promotiepunten is promotie naar een hogere klasse verplicht aan het einde van het competitiejaar. Promotiepunten blijven 2 jaar geldig vanaf het moment dat het punt behaald is.

2.  Behendigheidstoestellen

  • De volgende toestellen worden gebruikt tijdens behendigheidswedstrijden:
    • Kattenloop (raakvlaktoestel)
    • Schutting (raakvlaktoestel)
    • Wip (raakvlaktoestel)
    • Sprong
    • Oxer
    • Muur
    • Tunnel
    • Band
    • Breedtesprong
    • Palen
  • De toestellen dienen te voldoen aan de door de IFCS gestelde veiligheidseisen.
  • De volgende toestellen kunnen opgesteld worden:
ToestelDebutantenA/B/CVeteranen
KattenloopXXX
SchuttingXX 
Wip XX
SprongXXX
Oxer X 
Muur XX
TunnelXXX
BandXX 
BreedtesprongXXX
PalenXXX

2.1. Hoogte/breedte toestellen

De hoogtes van de toestellen zijn als volgt:

KlasseKlassehoogteSpronghoogteOxerbreedteBreedtesprong
DebutantenToy20 cm 30 cm
 Small30 cm 70 cm
 Medium40 cm 100 cm
 Large50 cm 110 cm
A/B/CToy30 cmMax. 30 cm50 cm
 Small40 cmMax. 40 cm90 cm
 Medium50 cmMax. 50 cm120 cm
 Large60 cmMax. 60 cm130-150 cm
VeteranenSmall20 cm 50 cm
 Large40 cm 100 cm

3.  Het parcours

De afmeting van de ring is minimaal 20 x 30 meter, afgezet in de vorm van een vierkant of rechthoek. De ring dient een egale en niet gladde ondergrond te hebben. De in- en uitgang van een ring zijn apart van elkaar.

Het is toegestaan voor de keurmeester om markering aan te brengen op de ondergrond.

4.  Correcte uitvoering van de toestellen

  • Het nemen van de toestellen dient te gebeuren conform het IFCS-reglement.
  • De slurf en tafel worden niet opgesteld in parcoursen.
  • Indien toestellen omvallen of niet voldoen aan de eisen zonder toedoen van de hond, dan mag de keurmeester een herstart toewijzen aan de combinatie. Bijvoorbeeld: een omgewaaide sprong leidt tot een herstart, een door de hond omver gesprongen sprong niet.

5.  Het lopen van een behendigheidswedstrijd

  • Het parcours wordt ontworpen door één van de dienstdoende keurmeesters en altijd beoordeeld door minimaal een tweede keurmeester. Parcoursen dienen elke wedstrijd anders te zijn. Het parcours wordt niet eerder bekend gemaakt aan deelnemers dan op de wedstrijddag zelf. Het parcours mag gebruikt worden voor iedere hoogteklasse. 
  • Voorafgaand aan de wedstrijd mag de deelnemer het parcours verkennen. Honden zijn niet toegestaan in de ring tijdens het verkennen.
  • De ringmeester geeft aan wanneer een deelnemer aan de start mag verschijnen. De deelnemer dient dan zo spoedig mogelijk klaar te staan.
  • De keurmeester geeft aan wanneer de combinatie mag starten. De klok start en stopt zodra de hond met de voorkant van zijn lijf respectievelijk boven de start en finish is.
  • De hond start zelfstandig vanaf de grond. 
  • Vloeken en schelden in het parcours wordt bestraft met een diskwalificatie voor de gehele dag. Dit ter beoordeling van de keurmeester.

Ruzie maken of op een onheuse manier discussie voeren met keurmeesters en/of deelnemers is verboden. 

Deel 2: Regels voor de onderdelen van een wedstrijd

6.  Vast parcours

In een vast parcours staan naast de andere toestellen altijd raakvlaktoestellen opgesteld. Het doel van de deelnemer is om het parcours af te leggen volgens een vaste route (zoals bedacht door de keurmeester) met de snelste tijd en zonder fouten en weigeringen.

6.1. Het parcoursontwerp

  • Het parcours in de debutanten, A- en B- klasse bevat minimaal 15 te nemen toestellen.
  • Het parcours van de C-klasse bevat minimaal 17 te nemen toestellen.
  • Als start en finish wordt een sprong gebruikt.
  • De breedtesprong, oxer en band dienen zo opgesteld te worden dat ze altijd recht benaderd worden. De veiligheid van mens en hond mag niet in het geding komen.
  • Het parcours dient getekend te worden met een minimumafstand van vijf meter tussen de achtereenvolgend te nemen toestellen. Er is geen maximumafstand.
  • De route en richting van het parcours wordt aangegeven met nummers.
  • De keurmeester meet voorafgaand aan de eerste start de parcourslengte en berekent de standaard parcourstijd (SPT) en maximale parcourstijd (MPT). MPT is anderhalf keer de SPT.

6.2. Parcourstijden

  • De standaard parcourstijd (SPT) is afhankelijk van de parcourslengte, de ondergrond en de moeilijkheidsgraad van het parcours. De SPT wordt vastgesteld door de keurmeester.
  • Bij het overschrijden van de SPT worden ’tijdfouten’ gegeven. Het aantal seconden buiten de SPT is het aantal fouten.
  • De maximale parcourstijd (MPT) is anderhalf keer de SPT. Bij het overschrijden van de MPT volgt een diskwalificatie.

6.3. Het afleggen van het parcours

  • Voorafgaand aan het starten van een klasse dient de keurmeester de deelnemers te informeren over de SPT en MPT.
  • Het parcours dient afgelegd te worden volgens de route en richting welke aangegeven is met nummers. Het parcours is hetzelfde voor elke deelnemer in de hoogteklasse.

6.4. Score

Afwijken van het parcours kan worden beoordeeld als fout, weigering of diskwalificatie. Voor iedere fout of weigering krijgt een deelnemer vijf strafpunten.

6.4.1. Fout

Fouten worden door de keurmeester gegeven in de volgende situaties:

  • De handler raakt tijdens het afleggen van het parcours onopzettelijk de hond of een toestel aan.
  • Een (deel van het) toestel valt op het moment dat de hond het toestel neemt of vlak nadat de hond het toestel heeft genomen.
  • Het aanraken of omgooien van een markeringspaal bij de breedtesprong leidt niet tot een fout.
  • De hond gooit een of meerdere elementen van de breedtesprong om of staat op of tussen een element.
  • De hond verschuift een element van de breedtesprong.
  • Een hond landt op het laatste element van de breedtesprong zonder dat deze verschuift of omvalt. Wanneer een hond langs het laatste element ‘scheert’ wordt er geen fout gegeven.
  • De hond heeft het raakvlak van kattenloop, wip of A-schutting niet geraakt met tenminste één (deel van de) poot.
  • Van de wip afspringen voordat de afloop de grond raakt (dit wordt een ‘flyer’ genoemd).
  • Het niet opeenvolgend nemen van de palen.
  • Een hond kan maximaal één fout krijgen op de palen.
  • Fouten mogen niet hersteld worden. Behalve bij de palen, hier moeten fouten hersteld worden.

6.4.2. Weigering

Weigeringen worden door de keurmeester gegeven in de volgende situaties:

  • De hond stopt voor het toestel.
  • De hond draait weg van het toestel of wijkt sterk af van de looplijn naar het toestel.
  • De hond loopt onder de lat van een hoogtesprong door.
  • De hond loopt over/door de elementen van de breed en laat geen intentie zien om het toestel foutloos te nemen.
  • De hond springt de breedtesprong kruislings.
  • De hond springt de breedtesprong van voor naar een zijkant.
  • De hond gaat een tunnel in en komt met (een deel van) het lijf de tunnel uit via de ingang.
  • De hond springt van de oploop van de schutting of kattenloop.
  • De hond springt van de wip voordat hij met alle 4 de poten voorbij het kantelpunt is..
  • De hond raakt de eerste helft (voor het kantelpunt) van de wip niet en springt meteen op de tweede helft (achter het kantelpunt).
  • De hond steekt de palen niet correct in (de eerste paal is aan de linkerzijde van de hond).
  • Een hond die stil staat tijdens het uitvoeren van de palen krijgt hiervoor geen fout of weigering.
  • Een hond die eenmaal een goede paleninsteek heeft uitgevoerd kan bij herstel na een fout op de palen geen weigering meer krijgen.
  • Een weigering dient hersteld te worden door het toestel opnieuw te nemen zonder weigering.

6.4.3. Diskwalificatie

Een diskwalificatie wordt door de keurmeester gegeven in de volgende situaties:

  • Het overschrijden van de maximale parcourstijd (MPT).
  • Drie weigeringen in totaal op het parcours.
  • Het nemen van een verkeerd toestel.
  • Een toestel in de verkeerde richting uitvoeren.
  • Zonder een weigering te herstellen het parcours voortzetten. De lijn van een volgend toestel al passeren voordat de weigering op een vorig toestel is hersteld.
  • Een fout op de palen niet herstellen.
  • Het opzettelijk aanraken van de hond of een toestel door de deelnemer.
  • Het aanraken of vernielen van een toestel door de hond of deelnemer voordat het toestel uitgevoerd dient te worden.
  • Het nemen van drie of meer palen in de verkeerde richting.
  • Het vroegtijdig verlaten van een parcours (voordat er gefinisht is).
  • De ring wordt vervuild door hond.
  • De hond start niet zelfstandig vanaf de grond of wordt vastgehouden bij de start.
  • De deelnemer gaat op/over/door een toestel.
  • De combinatie start het parcours zonder startsignaal van de keurmeester. 
  • Bij het overschrijden van de MPT dient de combinatie het parcours en de ring te verlaten.

Diskwalificaties voor de gehele dag (zonder behoud van punten) worden gegeven in de volgende situaties:

  • De hond bijt een persoon.
  • Agressie van een hond richting officials, vrijwilligers, deelnemers en/of andere honden.
  • Het hinderen van andere deelnemers.
  • Slechte sportiviteit (schelden en gebaren, ruzie maken, etc.).
  • Grove of wrede behandeling van de hond.
  • Diskwalificatie voor meerdere wedstrijden in geval van grove en/of meerdere overtredingen wordt beoordeeld door de hoofdkeurmeester in samenspraak met de organisatie van Dogsports.nl.

Een keurmeester laat fouten, weigeringen en diskwalificaties als volgt zien:

  • Fout: arm in de lucht met een open handpalm
  • Weigering: arm in de lucht met een vuist
  • Diskwalificatie: armen gekruist voor de borst (en fluit eventueel).

Een vast parcours wordt gewonnen door de combinatie met de minste strafpunten in totaal. Strafpunten zijn een combinatie van fouten, weigeringen en tijdfouten. Bij een gelijk aantal strafpunten wint de snelste combinatie.

7.  Jumping

De jumping is vergelijkbaar met het vast parcours, behalve dat in de jumping geen raakvlaktoestellen worden opgesteld. Zie voor de regels paragraaf 6.

Het parcours in de debutanten, A- en B- klasse bevat minimaal 15 te nemen toestellen.

Het parcours van de C-klasse bevat minimaal 17 te nemen toestellen.

8.  Games

Games kunnen in twee vormen worden aangeboden op een wedstrijddag: Gambling en Snooker. In de volgende paragrafen zijn de reglementen hiervoor opgenomen.

8.1. Gambling

De gambling is een spelvorm waarin punten worden verzameld en afstandshandling kan worden gevraagd. Het doel is om zoveel mogelijk punten te scoren binnen een bepaalde tijd.

  • In het parcours van de gambling kunnen alle toestellen worden gebruikt met uitzondering van de oxer.
  • De gambling kan bestaan uit een openings- en eindfase.
  • In een gambling kan afstandshandling worden gevraagd.
  • De keurmeester bepaalt de speeltijd. Het einde van de speeltijd wordt aangegeven met een geluidssignaal. 
  • De start en finish zijn twee verschillende toestellen.

8.1.1. Openingsfase

  • In de openingsfase worden minimaal 15 toestellen opgesteld (inclusief start).
  • De tijd wordt gestart wanneer de hond over/door het starttoestel gaat.
  • Het doel is om zoveel mogelijk punten te verzamelen door het correct nemen van toestellen.
  • De speeltijd is tussen 30 en 50 seconden. De speeltijd wordt vooraf bekend gemaakt door de keurmeester.
  • Voor ieder correct genomen toestel worden punten gescoord.
  • Bij het maken van een fout worden geen punten toegekend voor het betreffende toestel.
  • Weigeringen worden niet gekeurd tijdens de openingsfase.
  • Voor ieder toestel kunnen maximaal tweemaal de punten worden toegekend met uitzondering van de sprongen. Wanneer een toestel voor de derde keer of meer wordt genomen, levert dit geen punten meer op tenzij anders aangegeven door de keurmeester.
  • Punten worden als volgt toegekend, tenzij anders aangegeven door de keurmeester:
ToestelAantal punten
Hoogtesprong, oxer, breedtesprong1
Tunnels en band2
Raakvlaktoestellen en palen3
  • De keurmeester mag een “bonus” toepassen om extra punten te kunnen scoren. Dit wordt uitgelegd voorafgaand aan het verkennen van het parcours.
  • Het einde van de speeltijd wordt aangegeven door middel van een geluidssignaal. De tijd blijft wel doorlopen en stopt pas wanneer de hond over/door de finish gaat.
  • Wanneer het fluitsignaal wordt gegeven en de hond neemt op dat moment een toestel, dan worden punten enkel toegekend wanneer het zeker dit dat er geen fout meer op het toestel kan worden gemaakt.
  • Latten/elementen die tijdens een run vallen of verplaatsen worden tijdens de run niet teruggelegd/-gezet.
  • Wanneer de gambling een eindfase bevat mag de combinatie niet twee opeenvolgende toestellen uit de eindfase uitvoeren in de openingsfase. Dit mag ook niet in tegengestelde richting.

8.1.2. Eindfase

  • De keurmeester bepaalt de speeltijd voor de eindfase. De speeltijd is tussen de 10 en 20 seconden. De keurmeester kan er ook voor kiezen om een gambling zonder eindfase te doen.
  • De eindfase bestaat uit 3 tot 6 toestellen (inclusief finish).
  • De route van de toestellen in de eindfase wordt weergegeven door middel van nummerbordjes.
  • Bij afstandshandling moet de handler achter een lijn of bepaalde toestellen blijven om bonuspunten te scoren.
  • Latten/elementen die tijdens een run vallen of van plaats veranderen worden tijdens de run niet teruggelegd/-gezet.
  • Een combinatie mag een toestel opnieuw nemen wanneer deze in de openingsfase al tweemaal (of meer) is genomen.
  • Een keurmeester mag afwijkende/speciale regels invoeren voor de eindfase.
  • De eindfase start zodra het geluidssignaal voor het einde van de openingsfase hoorbaar is.
  • Het doel van de eindfase is om de hond zo snel mogelijk foutloos via de vast route over toestellen te sturen onder de gestelde voorwaarden van de keurmeester.
  • De keurmeester mag bepalen dat punten van de openingsfase aangepast worden in de eindfase onder bepaalde voorwaarden of een bonusregeling toepassen.
  • Weigeringen mogen worden toegekend in de eindfase. Het gevolg van een weigering maakt de keurmeester voorafgaand aan het verkennen van het parcours bekend.
  • De tijd stopt zodra de hond met het voorste gedeelte van het lijf over/door de finish gaat.
  • Indien een hond finisht buiten de gegeven speeltijd gaan de punten van de eindfase verloren, tenzij anders aangegeven. De punten van de openingsfase blijven behouden.
  • Tijdens de openingsperiode is het verboden om stil te gaan in de buurt van het eerste toestel van de eindfase. Hierbij volgt een diskwalificatie.
  • Een gambling wordt inclusief spelregels vooraf gepubliceerd.
  • Een combinatie wint de gambling met de meeste punten. Bij een gelijk aantal punten wint de combinatie met de snelste tijd.
  • De keurmeester geeft de punten door aan de schrijverstafel.

8.2. Snooker

Snooker is een spelvorm van risicostrategie, gebaseerd op punten verzamelen, terwijl van de deelnemer inzicht wordt gevraagd wat betreft snelheid, zwaktes en krachten van de combinatie. Tijdens snooker is het belangrijk om toestellen correct te nemen. Snooker bestaat uit een openings- en eindfase. 

In een snooker parcours worden 3 tot 5 ‘rode sprongen’ opgesteld welke gebruikt worden in de openingsfase. Ieder succesvol genomen ‘rode sprong’ is één punt waard. Na het succesvol nemen van een ‘rode sprong’ dient een ‘gekleurd (niet rood) toestel’ genomen te worden. 

  • De keurmeester bepaalt hoeveel rode sprongen opgesteld worden en hoeveel hiervan genomen dienen te worden tijdens het parcours.
  • De keurmeester bepaalt de speeltijd. De speeltijd voor openings- en eindfase worden niet apart van elkaar vastgesteld. Er is een totaaltijd voor het hele spel.
  • In het parcours kunnen alle toestellen worden gebruikt met uitzondering van de oxer.
  • Start en finish zijn twee aparte sprongen die enkel dienen om de tijd te starten en stoppen.
  • Er worden minimaal 9 toestellen opgesteld. De waarden van de toestellen variëren van 1 t/m 7.
ToestelwaardeToestel
1 (rode sprong)Rode sprong
2 (gekleurd toestel)Sprong, breedtesprong of tunnel
3 (gekleurd toestel)Sprong, breedtesprong, tunnel, band of een combinatie van twee toestellen [3]
4 (gekleurd toestel)Breedtesprong, tunnel, band, raakvlaktoestel, zes palen of een combinatie van twee of drie toestellen [3]
5 (gekleurd toestel)Raakvlaktoestel, zes palen of een combinatie van twee, drie of vier toestellen [3]
6 (gekleurd toestel)Raakvlaktoestel, twaalf palen of een combinatie van twee, drie of vier toestellen [3]
7 (gekleurd toestel)Raakvlaktoestel, twaalf palen of een combinatie van drie of vier toestellen [3]

8.2.1. Openingsfase

  • De keurmeester bepaalt hoeveel rode sprongen genomen dienen te worden in de openingsfase. Na iedere goed genomen rode sprong dient een gekleurd toestel genomen te worden.
  • Voorafgaand aan het verkennen doet de keurmeester een briefing.
  • Tijdens de openingsfase dienen de toestellen in de volgende volgorde gelopen te worden: rode sprong – gekleurd – rode sprong – gekleurd – rode sprong – gekleurd, etc. Het aantal rode sprongen wordt bepaald door de keurmeester. Na het nemen van de laatste rode sprong dient nog een gekleurd toestel genomen te worden, daarna begint de eindfase.
  • De hond start de tijd door de startsprong te nemen.
  • Een gekleurd toestel mag enkel genomen worden na een goed genomen rode sprong.
  • Iedere rode sprong mag slechts eenmaal gebruikt worden in het parcours, ongeacht of deze goed of fout genomen is.
  • Bij het maken van een fout op een rode sprong dient er eerst een andere (nog niet genomen) rode sprong goed te worden uitgevoerd.
  • Wanneer een fout wordt gemaakt op een rode sprong en er is geen rode sprong meer over die nog niet is genomen, start de deelnemer aan de eindfase.
  • Bij een fout genomen rode sprong wordt geen punt gescoord.
  • Bij een fout genomen gekleurd toestel/gekleurde combinatie worden nul punten gescoord. De deelnemer mag geen nieuw gekleurd toestel/gekleurde combinatie nemen en gaat dus door naar de volgende rode sprong (indien nog beschikbaar) of de eindfase.
  • Indien een (deel van een) gekleurd toestel valt, kunnen er geen punten meer behaald worden op dit toestel in de openingsfase (ongeacht of deze opnieuw wordt opgebouwd tijdens het lopen van het parcours). 
  • Indien een (deel van een) gekleurd toestel valt in de openingsfase, worden de punten (indien goed genomen) wel toegekend in de eindfase, ongeacht of het toestel opnieuw is opgebouwd.
  • Weigeringen worden niet gegeven tijdens de openingsfase. De keurmeester mag zelf bepalen of een weigering in de eindfase consequenties heeft. Dit wordt vooraf tijdens de briefing bekend gemaakt.

8.2.2. Eindfase

  • Zodra de deelnemer de openingsfase heeft voltooid dient er onmiddellijk gestart te worden aan de eindfase.
  • De deelnemer start de eindfase bij 2 en vervolgt de vaste route welke aangegeven is door middel van nummerbordjes. In de eindfase kunnen 27 punten gescoord worden (2,3,4,5,6,7).
  • Indien het gekleurde toestel met waarde 2 het laatst genomen gekleurde toestel in de openingsfase was, dient deze nogmaals genomen te worden om de eindfase te starten.
  • Na het nemen van 7 dient de hond de tijd te stoppen door de finishsprong te nemen.
  • De hond dient ook te finishen wanneer:
    • de maximale speeltijd voorbij is;
    • de hond een onjuiste route heeft genomen of een fout maakt op een toestel;
    • de hond een toestel weigert en dit conform briefing ‘einde spel’ betekent.
  • Zodra de speeltijd is verstreken klinkt er een geluidssignaal. Hierna kunnen geen punten meer worden gescoord en dient de hond onmiddellijk te finishen. De tijd stopt pas zodra de hond finisht. De punten die behaald zijn binnen de speeltijd vormen de totale score.
  • De deelnemer met de meeste punten wint de snooker. Bij een gelijk aantal punten telt de snelste tijd.
  • Indien het geluidssignaal hoorbaar is tijdens het uitvoeren van een toestel en/of combinatie dan worden er enkel punten toegekend wanneer er met zekerheid geen fout meer kon worden gemaakt.

[1] De meting vindt plaats met boogjes. Bij de large-klasse wordt niet gemeten.


[2] Hiervoor kan dispensatie aangevraagd worden bij het organisatie-team van Dogsports.nl.


[3] Combinaties van twee of drie toestellen mogen enkel bestaan uit sprongen, breedtesprong, tunnels of band. Combinaties van vier toestellen mogen enkel bestaan uit sprongen, breedtesprong, tunnels, band of zes palen